Citaat | Centrale Raad van Beroep 29 maart 2005

Alinea 30 Centrale Raad van Beroep 29 maart 2005

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 29 maart 2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AT2869.

Dat appellant met ingang van 1 mei 1999 de ingevolge artikel 65, eerste lid, van de Abw op hem rustende inlichtingenverplichting heeft geschonden, brengt volgens vaste jurisprudentie van de Raad mee dat het aan hem is om aan de hand van concrete en verifieerbare gegevens aan te tonen danwel aannemelijk te maken dat, als hij die verplichting destijds wel naar behoren zou zijn nagekomen, aan hem over de periode vanaf vanaf 1 mei 1999 volledige althans aanvullende bijstand zou zijn verleend. Naar het oordeel van de Raad is appellant daarin niet geslaagd. Appellant heeft gesteld dat hij gemiddeld slechts enkele uren per week voor ”[naam bedrijf]” in de weer is geweest. Deze stelling heeft appellant echter niet aan de hand van concrete en verifieerbare gegevens onderbouwd. De tegenover de rechter-commissaris afgelegde verklaring van [getuige 2] dat zij gokt dat appellant gemiddeld 1 à 2 maal per week voor haar heeft gewerkt en dat appellant een paar uur per dag werkte, kan niet als een dergelijk gegeven worden beschouwd. De Raad merkt in dit verband nog op dat appellant op de hoorzitting heeft verklaard dat hij geen boekhouding heeft bijgehouden van de dagen en de uren dat hij heeft gewerkt. Aldus heeft hij het risico genomen dat de omvang van zijn werkzaamheden achteraf niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld. De gevolgen daarvan dienen voor zijn rekening te blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2fc54f2902c682f4ffca85e982669b85cd1b18e696995fc200c77e021e21ed4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2fc54f2902c682f4ffca85e982669b85cd1b18e696995fc200c77e021e21ed4, en de alinea staat in dat document op bytes 12092 tot 13508.