Citaat | Centrale Raad van Beroep 8 april 2005

Alinea 26 Centrale Raad van Beroep 8 april 2005

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 8 april 2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AT4112.

In zijn al genoemde uitspraken van 26 juni 2001 betreffende de toepassing van de Koppelingswet heeft de Raad vastgesteld dat in die wet sprake is van een onderscheid naar nationaliteit. Voorts heeft de Raad tot uitdrukking gebracht dat bij de toetsing van dit onderscheid aan artikel 26 van het IVBPR het uitgangspunt van de Koppelingswet wat zijn doelstelling en gehanteerd middel betreft bij hem in het algemeen niet op bedenkingen stuit en dat dit ook geldt voor de toepassing van de Koppelingswet op de categorie vreemdelingen genoemd in onderdeel 3 van artikel 1b van de Vw. Dat zijn vreemdelingen die in afwachting zijn van een beslissing op een aanvraag om toelating, voortgezette toelating daaronder begrepen, terwijl ingevolge de Vw dan wel op grond van een rechterlijke beschikking uitzetting van de aanvrager achterwege dient te blijven totdat op de aanvraag is besloten. De Raad heeft voorts geoordeeld dat de gerechtvaardigdheid van de koppelingswetgeving zoals deze gestalte heeft gekregen in de Algemene bijstandswet (Abw), de AKW en de werknemersverzekeringen, in ieder geval ten volle opgaat voor gevallen waarin de vreemdeling op of na 1 juli 1998 om toelating verzoekt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e753039804e827c5aa7366430cfb8e65db478b440e81cf2f480dcf68298cca4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e753039804e827c5aa7366430cfb8e65db478b440e81cf2f480dcf68298cca4, en de alinea staat in dat document op bytes 10160 tot 11361.