Citaat | Centrale Raad van Beroep 2 maart 2006

Alinea 17 Centrale Raad van Beroep 2 maart 2006

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 2 maart 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AV3953.

19 oktober 2001 is appellant het voornemen kenbaar gemaakt hem ontslag te verlenen wegens verstoorde arbeidsverhoudingen. In het daarop gevolgde zienswijze-gesprek heeft appellant verklaard dat zijn functioneren ernstig werd belemmerd omdat hij in een reeks van jaren geconfronteerd werd met frauduleuze handelingen bij de sectie [naam sectie]. Appellant heeft daarvan nooit eerder melding gemaakt omdat hij bang was als klokkenluider zijn baan te zullen verliezen. Ook heeft appellant aangegeven dat hij zich ongelijk behandeld voelde. Daarop heeft gedaagde het voorgenomen ontslag opgeschort en is een onderzoek gestart naar de vermeende fraude. Op 8 februari 2002 heeft appellant een klacht ingediend bij de gemeentelijke Klachtencommissie Seksuele Intimidatie en discriminatie naar ras, geslacht en hetero- of homoseksuele gerichtheid (hierna: Klachtencommissie).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdb86cbc5934e3cce3b0f179d79177af42b7e967eeedfd8461f6817d3a511cbf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdb86cbc5934e3cce3b0f179d79177af42b7e967eeedfd8461f6817d3a511cbf, en de alinea staat in dat document op bytes 6210 tot 7090.