Citaat | Centrale Raad van Beroep 2 maart 2006

Alinea 29 Centrale Raad van Beroep 2 maart 2006

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 2 maart 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AV3953.

4.2. De Raad overweegt voorts dat gedaagde het voorgenomen ontslag heeft opgeschort nadat appellant zijn direct leidinggevende van fraude had beschuldigd en zijn voornemen eerst tot uitvoering heeft gebracht nadat uit onderzoek naar voren was gekomen dat voor de beschuldiging geen grond bestond. Die handelwijze acht de Raad niet onzorgvuldig. Anders dan appellant ziet de Raad geen aanknopingspunten voor de stelling dat bedoeld onderzoek ondeugdelijk is of niet met de vereiste objectiviteit is uitgevoerd. Gedaagde heeft het ontslagbesluit voorts gehandhaafd nadat de Klachtencommissie had geoordeeld dat geen sprake was geweest van discriminatie jegens appellant. Ook in zoverre acht de Raad, in aanmerking genomen het tijdstip waarop appellant een en ander bij de Klachten-commissie aanhangig heeft gemaakt, geen sprake van strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdb86cbc5934e3cce3b0f179d79177af42b7e967eeedfd8461f6817d3a511cbf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdb86cbc5934e3cce3b0f179d79177af42b7e967eeedfd8461f6817d3a511cbf, en de alinea staat in dat document op bytes 12932 tot 13814.