Citaat | Centrale Raad van Beroep 17 mei 2006
Alinea 29 Centrale Raad van Beroep 17 mei 2006
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 17 mei 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AX3749.
De rechtbank heeft blijkens de aangevallen uitspraak stukken die eiser bij brief van 24 juni 2004 heeft ingediend buiten beschouwing gelaten en daarbij overwogen dat de rechtbank, hoewel het merendeel van de stukken bij het Uwv bekend verondersteld kan worden, het gezien de omvang van de stukken in strijd met een goede procesorde acht om deze stukken bij de procedure te betrekken. De Raad stelt vast dat op grond van artikel 8:58, eerste lid, van de Awb tot tien dagen voor de zitting partijen nadere stukken kunnen indienen. De zitting bij de rechtbank heeft plaatsgevonden op 5 juli 2004. De laatste dag waarop stukken konden worden ingediend buiten de termijn van tien dagen als bedoeld in artikel 8:58, eerste lid van de Awb, was 24 juni 2004. De rechtbank heeft niet overwogen dat de stukken eerst na 24 juni 2004 zijn ingediend, zodat de Raad veronderstelt dat ook de rechtbank ervan uitgaat dat die stukken op 24 juni 2004 zijn ingediend, hetgeen overigens ook aannemelijk is gelet op het gedetailleerde verslag van appellant over het indienen van die stukken ter griffie van de rechtbank op 24 juni 2004.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ad65ab1d8f7ed74bccc1801afc796694bbb30bb92f4c0ffcc25ec29c9b861405. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ad65ab1d8f7ed74bccc1801afc796694bbb30bb92f4c0ffcc25ec29c9b861405, en de alinea staat in dat document op bytes 11277 tot 12406.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ad65ab1d8f7ed74bccc1801afc796694bbb30bb92f4c0ffcc25ec29c9b861405 | shasum -a 256