Citaat | Centrale Raad van Beroep 17 mei 2006

Alinea 44 Centrale Raad van Beroep 17 mei 2006

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 17 mei 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AX3749.

Vaststaat echter dat het Uwv aan appellant steeds zijn volledige WAO-uitkering heeft uitbetaald, hetgeen appellant overigens ook niet ontkent. Dit zo zijnde, maakt dat het niet tijdig nemen van zowel het primaire besluit als het besluit op bezwaar niet heeft kunnen leiden tot de door appellant gestelde materiële schade. Van een causaal verband tussen die schade en het onrechtmatige besluit is geen sprake. Met betrekking tot de door appellant gestelde immateriële schade overweegt de Raad het volgende. Voor de vraag of immateriële schadevergoeding kan worden toegewezen dient zoveel mogelijk aansluiting te worden gezocht bij het civielrechtelijk schadevergoedingsrecht. Voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, heeft een benadeelde overeenkomstig artikel 6:106 BW recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding indien de benadeelde in zijn goede naam is aangetast of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. De wetgever heeft daarbij het oog gehad op ernstige inbreuken op de persoonlijke levenssfeer als ook op andere persoonlijkheidsrechten van de betrokkene. Voorts moet worden bedacht, overeenkomstig het arrest van de Hoge Raad van 13 januari 1995, gepubliceerd in RvdW 1995 1995, 29 c, dat in gevallen als het onderhavige in de regel wel sprake zal zijn van meer of minder sterk psychisch onbehagen en van een zich gekwetst voelen door een onrechtmatig besluit of een daarmee gelijk te stellen onrechtmatig handeling van een bestuursorgaan. De Raad acht het aannemelijk dat bij appellant dergelijke gevoelens zijn ontstaan naar aanleiding van het uitblijven van eerst een besluit op aanvraag en daarna van een besluit op bezwaar. Naar het oordeel van de Raad is appellant er echter niet in geslaagd aannemelijk te maken dat hij – in afwijking van het zojuist overwogene – zodanig onder het uitblijven van besluiten van het Uwv heeft geleden dat sprake was van geestelijk letsel dat kan worden beschouwd als een aantasting van zijn persoon in de zin van artikel 6:106 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ad65ab1d8f7ed74bccc1801afc796694bbb30bb92f4c0ffcc25ec29c9b861405. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ad65ab1d8f7ed74bccc1801afc796694bbb30bb92f4c0ffcc25ec29c9b861405, en de alinea staat in dat document op bytes 23002 tot 25032.