Citaat | Centrale Raad van Beroep 1 juni 2006

Alinea 27 Centrale Raad van Beroep 1 juni 2006

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 1 juni 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AX7436.

De Raad is voorts van oordeel dat geen sprake is van talmen van de zijde van het Uwv in die mate dat de aansprake- lijkstelling van appellant niet kan worden gehandhaafd. Daarbij acht de Raad relevant dat eerst tengevolge van de uitspraak van de Raad van 23 april 1998 de primaire premievordering in rechte vast is komen te staan. Hoewel zulks voor aansprakelijkstelling niet vereist is, kan het anderzijds in het algemeen niet onzorgvuldig worden geacht als het Uwv ervoor kiest om het oordeel van de rechter omtrent de primaire vordering af te wachten alvorens gebruik te maken van het middel van hoofdelijke aansprakelijkstelling. In de onderhavige zaak heeft het Uwv vervolgens nog getracht de primaire vorderingen te innen en in dat kader onder meer juridisch advies ingewonnen met betrekking tot invorderingsmogelijkheden in Duitsland. Eind 2000 heeft het Uwv de aansprakelijkstelling van appellant ter hand genomen, hetgeen heeft geleid tot het aan het bestreden besluit ten grondslag liggende primaire besluit tot aansprakelijkstelling van 25 oktober 2002. Uit de gedingstukken blijkt dat verweerder in de tussentijd een adresonderzoek heeft verricht. Hoewel de hiervoor geschetste gang van zaken geen toonbeeld van grote voortvarendheid is, blijkt anderzijds niet dat de zaak zonder aanleiding lange tijd heeft stilgelegen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9a511435e7c3d73a24644a925f44c213fb6c2c2b3345d8b63ee31941050b80f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9a511435e7c3d73a24644a925f44c213fb6c2c2b3345d8b63ee31941050b80f, en de alinea staat in dat document op bytes 9065 tot 10411.