Citaat | Centrale Raad van Beroep 6 juni 2006
Alinea 27 Centrale Raad van Beroep 6 juni 2006
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 6 juni 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AX8874.
De rechtbank heeft in de gedingstukken en in hetgeen namens appellanten is aangevoerd geen gronden gezien om aan te nemen dat deze gedragingen appellant respectievelijk appellante niet zouden kunnen worden verweten, zodat het College gehouden was op grond van artikel 14, eerste lid, van de Abw een maatregel op te leggen. De opgelegde maatregelen zijn in overeenstemming met het Maatregelenbesluit. Voorts is de rechtbank uit de gedingstukken niet gebleken dat het College bij het opleggen van de maatregel geen rekening heeft gehouden met de ernst van de gedragingen, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden waarin appellanten verkeerden. Tot slot is de rechtbank niet gebleken van dringende redenen in de zin van artikel 14, vierde lid, van de Abw, zodat het College niet bevoegd was om van het opleggen van een maatregel af te zien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/390f8a5a37dcc3d72bce221e9b229967f7946b76aaaec520e3819e6bd64f0819. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 390f8a5a37dcc3d72bce221e9b229967f7946b76aaaec520e3819e6bd64f0819, en de alinea staat in dat document op bytes 7763 tot 8622.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/390f8a5a37dcc3d72bce221e9b229967f7946b76aaaec520e3819e6bd64f0819 | shasum -a 256