Citaat | Centrale Raad van Beroep 20 juni 2006

Alinea 36 Centrale Raad van Beroep 20 juni 2006

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 20 juni 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AX9263.

Naar het oordeel van de Raad leverde het voorgaande een redelijke grond op om van appellante te verlangen tevens toegang te verlenen tot de zolder en de schuur. De door appellante genoemde redenen om hieraan niet mee te werken, zoals de door haar gestelde vooringenomenheid van de sociaal rechercheur inzake een eerder veronderstelde gezamenlijke huishouding, zijn, wat daar van zij, niet van zodanige bijzondere aard dat om die reden van een verdere rondgang in en om de woning had moeten worden afgezien. De Raad is niet gebleken dat op appellante een ongeoorloofde druk is uitgeoefend of dat zij niet kon beseffen wat de gevolgen van haar weigering zouden kunnen zijn. Aan appellante is voorts voldoende duidelijk gemaakt dat het niet meewerken aan het huisbezoek gevolgen voor haar recht op bijstand kon hebben.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcc42838fe657f672b5706405c017f010829305b72c63dc51ec12393c49883f2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcc42838fe657f672b5706405c017f010829305b72c63dc51ec12393c49883f2, en de alinea staat in dat document op bytes 12163 tot 12991.