Citaat | Centrale Raad van Beroep 28 juni 2006

Alinea 31 Centrale Raad van Beroep 28 juni 2006

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 28 juni 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AX9608.

In de noot onder het hiervoor genoemde arrest is inderdaad het standpunt ingenomen dat men zeer schrijnende toepassing van artikel 6:119 BW zou kunnen voorkomen door een beroep daarop in die gevallen in strijd te achten met de goede trouw respectievelijk naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar te oordelen. De Raad merkt op dat de annotator daarbij tevens heeft opgemerkt dat hij voor zijn opvatting nog weinig steun in de Nederlandse jurisprudentie en literatuur heeft gevonden en wijst tevens op een recent arrest van de Hoge Raad van 14 januari 2005 (LJ-nummer AR0220), waarin de Hoge Raad heeft geoordeeld dat de strekking van artikel 6:119 BW ook meebrengt dat het in die bepaling aangewezen fixum niet door de werking van de redelijkheid en billijkheid kan worden opzijgezet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0cf13419ff06c193ec6f926842288b34a76e5ceb54bb9caf44372792f69b51b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0cf13419ff06c193ec6f926842288b34a76e5ceb54bb9caf44372792f69b51b4, en de alinea staat in dat document op bytes 10943 tot 11761.