Citaat | Centrale Raad van Beroep 15 juni 2006

Alinea 28 Centrale Raad van Beroep 15 juni 2006

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 15 juni 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AX9634.

3.3. Wat de door de Staatssecretaris aan appellant gemaakte verwijten betreft overweegt de Raad dat appellant zelf tijdens het gehoor op 29 maart 2002 heeft verklaard dat hij in huiselijke kring een aantal malen drugs heeft gebruikt. Op de hoorzitting van 3 september 2002 heeft hij vervolgens verklaard dat hij ongeveer zes keer hard drugs heeft gebruikt, maar dat dit was in de periode voordat hij in militaire dienst trad. Indien dit laatste inderdaad het geval zou zijn had het naar het oordeel van de Raad voor de hand gelegen dat appellant dit reeds bij het gehoor op 29 maart 2002 had vermeld. Vooral is echter van betekenis dat appellant blijkens de onder 3.2. vermelde brief van 15 oktober 2002 tegenover de Koninklijke marechaussee heeft verklaard in november 2001 en januari 2002 in totaal vier keer hard drugs te hebben gekocht en gebruikt. Evenals de rechtbank acht de Raad onvoldoende aannemelijk dat appellant deze laatste verklaring onder grote druk en tengevolge van intimidatie heeft afgelegd, zoals hij overigens pas ter zitting van de rechtbank heeft gesteld. Ook overigens heeft appellant in het geheel geen onderbouwing gegeven voor het standpunt dat zijn eerdere verklaringen onjuist waren en dat zijn huidige verklaring wel juist is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/35ced0d333cd89cf60eafcdf47a22d32da3bd0e7cc8f3bca7c9d038438294850. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 35ced0d333cd89cf60eafcdf47a22d32da3bd0e7cc8f3bca7c9d038438294850, en de alinea staat in dat document op bytes 8055 tot 9325.