Citaat | Centrale Raad van Beroep 3 augustus 2006

Alinea 38 Centrale Raad van Beroep 3 augustus 2006

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 3 augustus 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AY6041.

Naar vaste rechtspraak van de Raad is voor vergoeding van schade vereist dat de gestelde schade verband houdt met het onrechtmatige besluit en voorts dat alleen die schadeposten voor vergoeding in aanmerking komen die in een zodanig verband staan met dat besluit dat zij het bestuursorgaan, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als een gevolg van dat besluit kunnen worden toegerekend. Bij de beoordeling of de schade aan het bestuursorgaan toegerekend moet worden acht de Raad ook de aard en strekking van het vernietigde besluit een relevante factor. Wat betreft de vergoeding van immateriële schade blijkt uit de wetsgeschiedenis van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) dat de wetgever hierbij het oog heeft gehad op ernstige inbreuken op de persoonlijke levenssfeer en ander persoonlijkheids- rechten van betrokkene. Onder verwijzing naar zijn vaste jurisprudentie tekent de Raad hierbij aan dat daarvoor van onvoldoende betekenis is dat sprake is van een meer of minder sterk psychisch onbehagen en van een zich gekwetst voelen door een onrechtmatig besluit van een bestuursorgaan. Het gaat erom of betrokkene voldoende aannemelijk kan maken dat hij zodanig onder het besluit heeft geleden dat sprake was van geestelijk letsel dat kan worden beschouwd als een aantasting van zijn persoon als bedoeld in artikel 6:106 van het BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97ce45f2574f6c6c25f5efe6bc72fb23aaa9799b616b54bef38df4b8725e4d4e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97ce45f2574f6c6c25f5efe6bc72fb23aaa9799b616b54bef38df4b8725e4d4e, en de alinea staat in dat document op bytes 12249 tot 13633.