Citaat | Centrale Raad van Beroep 29 maart 2007

Alinea 35 Centrale Raad van Beroep 29 maart 2007

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 29 maart 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BA3082.

3 juni 1994, had appellant van deze onderzoeken mededeling moeten doen aan het hoofd van zijn eenheid. Deze onderzoeken brachten mee dat de nevenwerkzaamheden die appellant als secretaris respectievelijk voorzitter van de vereniging verrichtte, zouden kunnen leiden tot schade aan het aanzien van de Belastingdienst of het ambt van appellant. Zeker als voorzitter had appellant immers enige bemoeienis met de behandeling binnen de vereniging van het resultaat van dat onderzoek. Ook gelet op de onder 3.2. vermelde bepalingen en zijn in artikel 50, eerste lid, van het ARAR neergelegde plicht zich als een goed ambtenaar te gedragen, had appellant er dan ook toe moeten overgaan een en ander onder de aandacht van het hoofd van zijn eenheid te brengen. Appellant heeft dit evenwel verzuimd. De hiervoor door appellant aangegeven reden dat door de melding achterwege te laten juist iedere schijn van een poging tot beïnvloeding werd voorkomen, zodat de fiscale discussie over het concept-rapport op een correcte en transparante manier zou kunnen plaatsvinden, acht de Raad niet valide. Een melding bij de aanvang van het boekenonderzoek, nog voordat het resultaat daarvan bekend was, had deze schijn juist voorkomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/faf99ecf82717e6fa66f79dd8e152abddb4f1d598569c157cc46be4c49b2a345. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt faf99ecf82717e6fa66f79dd8e152abddb4f1d598569c157cc46be4c49b2a345, en de alinea staat in dat document op bytes 11534 tot 12763.