Citaat | Centrale Raad van Beroep 22 mei 2007

Alinea 24 Centrale Raad van Beroep 22 mei 2007

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 22 mei 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BA6375.

De Raad stelt allereerst vast dat het geding zich beperkt tot de vraag of het Uwv de maatman en het maatmanloon juist heeft vastgesteld. De Raad stelt vervolgens vast dat het Uwv bij het bestreden besluit, voor de bepaling van het inkomen van appellant er van is uitgegaan dat appellant uit hoofde van zijn werkzaamheden slechts de fiscale bijtelling van de auto van de zaak als inkomsten genoot. Op diverse momenten gedurende het beroep zijn namens het Uwv toelichtingen en berekeningen ingebracht die betrekking hebben op de mogelijkheid dat de inkomsten van appellant anders zouden moeten worden gewaardeerd. Het Uwv heeft echter het in het bestreden besluit ingenomen standpunt niet verlaten of vervangen door een nader besluit. Ter beoordeling staat derhalve de vraag of het Uwv zich voor de bepaling van het maatmaninkomen terecht heeft kunnen baseren op enkel de fiscale bijtelling van de auto van de zaak. De Raad beantwoordt die vraag bevestigend. Volgens vaste jurisprudentie geldt als maatmaninkomen van een directeur-grootaandeelhouder het loon dat hij feitelijk, direct voorafgaand aan het intreden van zijn arbeidsongeschiktheid heeft genoten, tenzij gezegd moeten worden dat dit loon geen getrouwe afspiegeling vormt van de verdiencapaciteit van de betrokkene. De Raad ziet geen aanleiding om in het onderhavige geval van dit beginsel af te wijken. Het inkomen van appellant bestond in de referteperiode uitsluitend uit de fiscale bijtelling van de auto van de zaak. Het feit dat aan appellant als directeur-grootaandeelhouder geen beloning werd toegekend in verband met verliezen uit het verleden of dat er in het jaar voorafgaand aan de uitval van appellant voldoende winst werd gegenereerd om appellant desgewenst toch een substantieel inkomen te verstrekken, merkt de Raad niet als dusdanig bijzondere omstandigheid aan dat zou moeten worden geoordeeld dat het ook door de fiscus aanvaarde inkomen geen getrouwe afspiegeling van de verdiensten van appellant zou zijn en derhalve op een ander - in dat geval fictief - bedrag zou moeten worden gesteld. De Raad komt dan ook tot het oordeel dat het Uwv het maatmanloon terecht op € 1,01 per uur heeft gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c364b60d4a96869f9430e17595925a2b6c7fc71cf42e9f6ed4b783f686beb12b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c364b60d4a96869f9430e17595925a2b6c7fc71cf42e9f6ed4b783f686beb12b, en de alinea staat in dat document op bytes 8180 tot 10370.