Citaat | Centrale Raad van Beroep 30 mei 2007

Alinea 25 Centrale Raad van Beroep 30 mei 2007

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 30 mei 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BA6636.

2.4. Ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank heeft het Uwv op 7 november 2005 een nieuw besluit op bezwaar genomen (het bestreden besluit). Op grond van nader onderzoek is gebleken dat krachtens het Addendum Sociaal Statuut en Faciliteiten Addendum Sociaal Statuut van de Rabobank CAO 2003-2004 bij het vervallen van functies c.q. arbeidsplaatsen het anciënniteitsbeginsel in acht genomen dient te worden. Krachtens hoofdstuk 14 van de Rabobank-CAO wordt het begrip diensttijd gedefinieerd als de aaneengesloten periode die een medewerker bij de Rabobank heeft gewerkt. Op grond daarvan heeft het Uwv zich op het standpunt gesteld dat appellante vanaf 1 september 1987 onafgebroken in dienst is geweest van verschillende Rabobank-vestigingen en dat zij in strijd met het anciënniteitsbeginsel is ontslagen omdat collega’s, die werkzaam waren in een uitwisselbare functie, later in dienst zijn getreden. Doordat zij zich hierop bij de ontbinding van haar arbeidsovereenkomst niet heeft beroepen, welk beroep kansrijk wordt geacht, is zij verwijtbaar werkloos geworden. Mitsdien is het bezwaar van appellante opnieuw ongegrond verklaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e5d511329ac387588e68d30eea8bb593b178a377aa027e83c90ab283a50bbd98. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e5d511329ac387588e68d30eea8bb593b178a377aa027e83c90ab283a50bbd98, en de alinea staat in dat document op bytes 8198 tot 9360.