Citaat | Centrale Raad van Beroep 29 mei 2007
Alinea 44 Centrale Raad van Beroep 29 mei 2007
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 29 mei 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BA6877.
Uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting leidt de Raad voorts af dat appellanten, afgezien van twee in 1994 gekochte auto’s waarvan wel tijdig bewijzen zijn overgelegd, overigens niet zelf de betreffende auto’s hebben gekocht, verkocht, gefinancierd of geëxporteerd en dat hun activiteiten verder beperkt zijn gebleven tot het tijdelijk door derden op hun naam laten registreren van de overige auto’s tegen contante betaling. Appellanten hebben steeds verklaard dat zij buiten staat waren de gevraagde, nog ontbrekende, schriftelijke bewijsstukken aan te leveren. In het licht van een en ander is voor de Raad niet aannemelijk geworden dat appellanten over deze bewijsstukken redelijkerwijs konden beschikken voor 5 oktober 2004. Dit betekent dat appellanten geen verwijt kan worden gemaakt dat zij het verzuim niet (volledig) hebben hersteld door niet binnen de gestelde termijn alle nog gevorderde bewijsstukken over te leggen. Om deze reden was het College naar het oordeel van de Raad niet bevoegd om met toepassing van artikel 54, vierde lid, van de WWB tot intrekking over te gaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5ccc681ffef17d636c6e5003a22e55eb5de609ecb3a2b3bb2c6933209b613da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5ccc681ffef17d636c6e5003a22e55eb5de609ecb3a2b3bb2c6933209b613da, en de alinea staat in dat document op bytes 12237 tot 13355.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c5ccc681ffef17d636c6e5003a22e55eb5de609ecb3a2b3bb2c6933209b613da | shasum -a 256