Citaat | Centrale Raad van Beroep 6 juni 2007

Alinea 33 Centrale Raad van Beroep 6 juni 2007

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 6 juni 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BA6895.

3.10. Ten slotte merkt de voorzieningenrechter nog het volgende op. De voorzieningenrechter van de rechtbank heeft in de rubriek Beslissing van de aangevallen uitspraak geen onderscheid gemaakt tussen de beslissing in de hoofdzaak en de beslissing op het verzoek om voorlopige voorziening. Uit de rubriek Motivering kan echter worden afgeleid dat van het bedrag aan proceskosten van € 966,-- een bedrag van € 644,-- is toegerekend aan het verzoek om voorlopige voorziening en een bedrag van € 322,-- aan de hoofdzaak. Omdat de toewijzing van het verzoek om opheffing van de door de voorzieningenrechter van de rechtbank getroffen voorlopige voorziening niet afdoet aan het gegeven dat die voorlopige voorziening bij de aangevallen uitspraak is toegewezen en die toewijzing als zodanig niet vatbaar is voor hoger beroep, is (blijft) verzoekster gehouden aan betrokkene in verband met haar verzoek om voorlopige voorziening een bedrag aan proceskosten van € 644,-- te betalen. Hetzelfde geldt voor het door betrokkene voor haar verzoek om voorlopige voorziening betaalde griffierecht van € 37,--.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71d5242f0a77bdefd86a862a4318ad6a6b00c5e4ca8489d3c28d3c451b82d8cb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71d5242f0a77bdefd86a862a4318ad6a6b00c5e4ca8489d3c28d3c451b82d8cb, en de alinea staat in dat document op bytes 15406 tot 16523.