Citaat | Centrale Raad van Beroep 5 juni 2007
Alinea 29 Centrale Raad van Beroep 5 juni 2007
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 5 juni 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BA7556.
De Raad is met het College en de rechtbank van oordeel dat de onderzoeksbevindingen voldoende grondslag bieden voor de conclusie dat [A.], [Y.] en [E.] ten tijde hier van belang hun hoofdverblijf hadden in de woning van appellante. Bij een doorzoeking van de woning aan de [adres 2] te [woonplaats] door de politie op 28 september 2004 zijn nagenoeg geen persoonlijke spullen van [A.], [Y.] of [E.] aangetroffen, terwijl in de slaapkamers van de kinderen in de woning van appellante, waar zij diezelfde dag zijn aangehouden, wel persoonlijke spullen van hen zijn aangetroffen. Diverse getuigen hebben verklaard dat de woning aan de [adres 2] te [woonplaats] niet als woning werd gebruikt, maar dat [A.], [Y.] en [E.] in de woning van appellante verbleven. Dat dit tenminste vanaf 1 juli 2003 al het geval was, acht de Raad voldoende aannemelijk geworden met name op grond van de verklaring van [C.]. Een en ander vindt steun in de telefoontaps die in december 2003 en medio 2004 hebben plaatsgevonden, alsmede in de bevindingen bij het door de sociale recherche afgelegde huisbezoek.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71aeda285358a828f1ec2986c70b73b673e8fc0ac7ccf9046991663633afe99e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71aeda285358a828f1ec2986c70b73b673e8fc0ac7ccf9046991663633afe99e, en de alinea staat in dat document op bytes 8943 tot 10039.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/71aeda285358a828f1ec2986c70b73b673e8fc0ac7ccf9046991663633afe99e | shasum -a 256