Citaat | Centrale Raad van Beroep 8 april 2008

Alinea 30 Centrale Raad van Beroep 8 april 2008

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 8 april 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BC9152.

De thans beschikbare gegevens bieden voldoende steun voor het standpunt van het College dat in de hier te beoordelen periode van 1 januari 2002 tot en met 3 januari 2007 (datum van het primaire intrekkingsbesluit) verzoekster en [betrokkene] in de woning van [betrokkene] hun hoofdverblijf hadden en elkaar wederzijds verzorgden. Dit betekent dat in die periode sprake is geweest van een gezamenlijke huishouding als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Algemene bijstandswet en (vanaf 1 januari 2004) artikel 3, derde lid, van de WWB. Met het oordeel van de rechtbank dat verzoekster de op haar rustende inlichtingenverplichting heeft geschonden, kan eveneens worden ingestemd. Zij heeft immers niet onverwijld op de daarvoor bestemde inlichtingenformulieren aan de DWI opgegeven dat zij en haar (op 23 november 2006 door [betrokkene] erkende) dochter in feite in de woning van [betrokkene] hun hoofdverblijf hadden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfc227547c3ea1c9e65e8f1b807984d3176fbe4e6fe7a14b6c080116a2dcf7e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfc227547c3ea1c9e65e8f1b807984d3176fbe4e6fe7a14b6c080116a2dcf7e3, en de alinea staat in dat document op bytes 11474 tot 12407.