Citaat | Centrale Raad van Beroep 8 april 2008

Alinea 37 Centrale Raad van Beroep 8 april 2008

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 8 april 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BC9152.

Of personen als verzoekster en [betrokkene], vergeleken met de in de artikelen 3, tweede lid, aanhef en onder a, van de WWB en 17, tweede lid, van de AOW omschreven uitzonderingsgroepen, voor de toepassing van artikel 26 van het IVBPR als gelijke gevallen kunnen worden beschouwd hangt onder meer af van de vraag of objectief bezien voldoende aannemelijk is dat ten tijde hier van belang inderdaad sprake is geweest van hulpbehoevendheid als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Algemene nabestaandenwet en of door deze zorg een gezamenlijke huishouding is ontstaan. De voorzieningenrechter wijst in dit verband op de uitspraak van de Raad van 9 maart 2004, LJN AO5661. Indien ten opzichte van een of beide uitzonderingsgroepen van gelijke gevallen kan worden gesproken zal ook moeten worden beoordeeld of, mede in het licht van de wetsgeschiedenis van artikel 3, tweede lid, aanhef en a, van de WWB respectievelijk artikel 17, tweede lid, van de AOW, het gewraakte onderscheid door redelijke en objectieve gronden wordt gerechtvaardigd. Een en ander vergt een nadere beoordeling door het College en vervolgens ook door de rechter, waarvoor de voorlopige voorzieningprocedure zich niet goed leent. Van een grote mate van waarschijnlijkheid dat deze grief van verzoekster zal slagen is, afgaande op de thans voorhanden zijnde gegevens, geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfc227547c3ea1c9e65e8f1b807984d3176fbe4e6fe7a14b6c080116a2dcf7e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfc227547c3ea1c9e65e8f1b807984d3176fbe4e6fe7a14b6c080116a2dcf7e3, en de alinea staat in dat document op bytes 14824 tot 16190.