Citaat | Centrale Raad van Beroep 16 september 2008

Alinea 32 Centrale Raad van Beroep 16 september 2008

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 16 september 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BF4613.

4.2.2. In hetgeen appellante heeft aangevoerd ziet de Raad evenwel bijzondere omstandigheden op grond waarvan het College, met toepassing van artikel 4:84 (slot) van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), ten dele van dat beleid had moeten afwijken. Vaststaat dat het College niet adequaat heeft gereageerd op de tijdig, eenduidig en correct door appellante verstrekte informatie over de wijziging in haar gezinssituatie. Als gevolg daarvan is het bedrag van de ten onrechte verleende bijstand onnodig opgelopen. Naar het oordeel van de Raad had het College daarin aanleiding behoren te vinden om gedeeltelijk van terugvordering van (ten onrechte) verleende bijstand af te zien en wel voor zover die bijstand betaalbaar is gesteld over een periode die meer dan zes maanden is gelegen na de dag van ontvangst van het inlichtingenformulier over oktober 2004 (op 18 november 2004), derhalve vanaf 18 mei 2005. Ten aanzien van het deel van de (terug)vordering dat betrekking heeft op de verleende bijstand over daarvóór gelegen maanden ziet de Raad geen bijzondere omstandigheden die tot het niet uitoefenen van de bevoegdheid tot terugvordering ingevolge artikel 58, eerste lid, aanhef en onder a, van de WWB hadden moeten leiden. Namens het College is terecht betoogd dat het appellante, anders dan zij heeft gesteld, redelijkerwijs duidelijk had kunnen zijn dat haar na het vertrek van haar minderjarige dochter geen bijstand meer toekwam naar de norm voor een alleenstaande ouder. De Raad neemt daarbij in aanmerking dat bij personen aan wie bijstand naar de norm van een alleenstaande ouder is verleend bekend mag worden verondersteld dat het feit dat het jongste kind de 18-jarige leeftijd bereikt dan wel dat deze voor het bereiken van die leeftijd het gezin verlaat (en geen minderjarigen meer in het gezin resteren) van invloed is op de hoogte van de bijstandsverlening en wel in die zin dat niet langer recht bestaat op de bijstandsnorm voor een alleenstaande ouder. Dat appellante in de veronderstelling verkeerde dat het vertrek van haar dochter geen wezenlijke verandering teweeg bracht kan de Raad niet volgen, te minder nu de achterblijvende meerderjarige zoon (die voor de toepassing van de WWB als zelfstandig subject geldt) ten tijde in geding over eigen inkomsten heeft beschikt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa6d68f1a1703f6d812b98bf870cdfcae0014e5ba24bcd03e7c2a119aa7e23c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa6d68f1a1703f6d812b98bf870cdfcae0014e5ba24bcd03e7c2a119aa7e23c5, en de alinea staat in dat document op bytes 10753 tot 13060.