Citaat | Centrale Raad van Beroep 4 mei 2010

Alinea 34 Centrale Raad van Beroep 4 mei 2010

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 4 mei 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BM4034.

2.6. Voor de voorliggende zaken leidt dit ertoe dat de hoogte van de schadevergoeding moet worden beoordeeld naar de toestand ten tijde van de uitspraak van de Raad van 25 juni 2009. De eerste procedure had ten tijde van die uitspraak negen jaar en een halve maand geduurd. De redelijke termijn van - in dit geval - vier jaar en vier maanden is daarmee met vier jaar en ruim acht maanden overschreden. Dit leidt, bij een vergoeding van € 500,– per half jaar of gedeelte daarvan, tot een schadevergoeding van € 5.000,–. De behandeling door rechtbank en Raad tezamen heeft in de eerste rechterlijke fase vier jaar en vijf maanden en in de tweede rechterlijke fase drie jaar en ruim zes maanden geduurd, waarmee de rechter de hem toekomende behandelingsduur van drie en een half jaar in de eerste fase met bijna een jaar en in de tweede fase met enkele weken heeft overschreden. Gezien deze overschrijding is de door de Staat toegekende schadevergoeding van € 2.000,– niet te laag. De resterende € 3.000,– komt ten laste van het Uwv. De Raad zal het Uwv en de Staat tot vergoeding van deze bedragen veroordelen. De separate procedure voor de vaststelling van de hoogte van de schadevergoeding heeft niet onnodig lang geduurd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cdeddca68cf0d0683dd1a189ed0aea9e50f4b819918d6260357b8869ea451c8c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cdeddca68cf0d0683dd1a189ed0aea9e50f4b819918d6260357b8869ea451c8c, en de alinea staat in dat document op bytes 15561 tot 16813.