Citaat | Centrale Raad van Beroep 4 januari 2011
Alinea 32 Centrale Raad van Beroep 4 januari 2011
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 4 januari 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BP1399.
4.7. Verder staat vast dat appellant toezicht hield op het perceel, waaronder begrepen het gebruik van de standplaatsen op dat perceel, en dat hij standplaatsgelden inde. Deze inkomsten dienen, gelet op het economisch eigendom van het perceel, in beginsel aan appellant te worden toegerekend. Maar ook als dat anders zou zijn - en zou moeten worden geoordeeld dat appellant hier namens zijn zoon optrad - moet worden vastgesteld dat het daarbij eveneens gaat om economische, en derhalve op geld waardeerbare activiteiten. Er is geen enkele administratie of verantwoording van deze activiteiten voorhanden. De Raad volgt appellant niet in de enkele stelling dat het hier gaat om activiteiten van zo’n geringe omvang of betekenis dat door het College redelijkerwijs geen administratie of verantwoording kon worden verlangd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5872dc13c1e6a9b8378927e6f62c64988b5fa4a35ad03a14054cde2bd1d5d444. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5872dc13c1e6a9b8378927e6f62c64988b5fa4a35ad03a14054cde2bd1d5d444, en de alinea staat in dat document op bytes 10997 tot 11833.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5872dc13c1e6a9b8378927e6f62c64988b5fa4a35ad03a14054cde2bd1d5d444 | shasum -a 256