Citaat | Centrale Raad van Beroep 4 januari 2011
Alinea 33 Centrale Raad van Beroep 4 januari 2011
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 4 januari 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BP1399.
4.8. De Raad stelt voorts vast dat weliswaar sprake is van een huurovereenkomst met betrekking tot de bewoning door appellant van het op het perceel gelegen pand, maar dat van enige huurbetaling door appellant aan zijn zoon geen sprake is geweest. Appellant betaalde in de in geding zijnde periode ook geen vergoeding voor het gebruik van gas, elektra en water. Gelet daarop en in aanmerking genomen hetgeen onder 4.6 en 4.7 is overwogen, is de Raad van oordeel dat het College zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het geen duidelijkheid heeft verkregen over de financiële positie van appellant, waarbij - zo volgt uit het voorgaande - een belangrijke rol speelt dat de economische activiteiten op het perceel en de daarmee verband houdende inkomsten van appellant en zijn zoon niet goed van elkaar kunnen worden onderscheiden. Daarbij kan tevens niet uitgesloten worden geacht dat appellant voor de hiervoor beschreven activiteiten door zijn zoon in natura werd beloond.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5872dc13c1e6a9b8378927e6f62c64988b5fa4a35ad03a14054cde2bd1d5d444. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5872dc13c1e6a9b8378927e6f62c64988b5fa4a35ad03a14054cde2bd1d5d444, en de alinea staat in dat document op bytes 11853 tot 12849.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5872dc13c1e6a9b8378927e6f62c64988b5fa4a35ad03a14054cde2bd1d5d444 | shasum -a 256