Citaat | Centrale Raad van Beroep 26 januari 2011
Alinea 22 Centrale Raad van Beroep 26 januari 2011
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 26 januari 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BP2230.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak - met bepalingen over het griffierecht en de proceskosten - het door betrokkene ingediende beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het besluit van 26 september 2007 herroepen en tevens bepaald dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. De rechtbank heeft overwogen dat betrokkene na de uitval van de werkneemster heeft getracht haar binnen de eigen organisatie te laten re-integreren door haar aangepaste werkzaamheden aan te bieden. Nadat met de conclusie van de arbo-arts op 9 april 2007 uiteindelijk uitsluitsel was geboden dat re-integratie-inspanningen binnen de eigen organisatie van betrokkene geen soelaas zouden bieden, heeft betrokkene de werkneemster op 24 april 2007 aangemeld voor een outplacementtraject via het re-integratiebureau ‘Vier L’. De kosten voor dit traject waren, afgezet tegen de totale loonkosten van de werkneemster, aanzienlijk. In het kader van dit traject zijn gesprekken met de werkneemster gevoerd en heeft oriëntatie op de arbeidsmarkt plaatsgevonden met inachtneming van de beperkingen en mogelijkheden van haar. Naar het oordeel van de rechtbank heeft betrokkene hiermee gedaan wat redelijkerwijs van haar mocht worden verwacht en de rechtbank heeft voorts laten meewegen dat de kans op het vinden van passende werkzaamheden voor de werkneemster gelet op haar fysieke beperkingen, leeftijd en scholing niet als positief kan worden ingeschat. De rechtbank is niet tot de overtuiging gekomen dat de einduitkomst van het re-integratie-traject anders zou zijn geweest, indien de inspanningen ter zake het tweede spoor in een eerder stadium waren ingezet. In dit licht kunnen de door appellant gemaakte verwijten dat betrokkene vanaf november 2006 niet voortvarend genoeg heeft gehandeld met het werkplekonderzoek door de arbodienst en dat zij de werkneemster niet heeft bewogen tot een (meer) pro-actieve houding, naar het oordeel van de rechtbank niet leiden tot de conclusie dat betrokkene onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c83adde7bd2eff3b6a711fea0556ee91369c51611aca7b150d359dbe3f6b34f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c83adde7bd2eff3b6a711fea0556ee91369c51611aca7b150d359dbe3f6b34f0, en de alinea staat in dat document op bytes 7270 tot 9366.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c83adde7bd2eff3b6a711fea0556ee91369c51611aca7b150d359dbe3f6b34f0 | shasum -a 256