Citaat | Centrale Raad van Beroep 15 februari 2011
Alinea 38 Centrale Raad van Beroep 15 februari 2011
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 15 februari 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BP5577.
5.1.2. Appellante heeft eveneens ter zitting van de Raad verzocht haar dochter als getuige te horen. De Raad ziet geen aanleiding om dit verzoek in te willigen. Appellante is in de uitnodigingsbrief van de Raad gewezen op de mogelijkheid om met toepassing van artikel 8:60, vierde lid, van de Awb getuigen naar zitting mee te brengen, maar heeft om haar moverende redenen hiervan niet tijdig mededeling gedaan. Dit klemt te meer omdat het College zich ter zitting van de Raad niet heeft laten vertegenwoordigen. Naar het oordeel van de Raad is het verzoek om de dochter als getuige te horen dan ook te laat gedaan en verzet, vanwege de te verwachten vertraging, de goede procesorde zich er tegen dat het onderzoek ter zitting wordt heropend om alsnog de dochter als getuige te horen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a02c2b637c26adeefa6fa0edcd24fbcb8a63dc7a0fcbafc37617ad3d1c7d983a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a02c2b637c26adeefa6fa0edcd24fbcb8a63dc7a0fcbafc37617ad3d1c7d983a, en de alinea staat in dat document op bytes 13858 tot 14654.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a02c2b637c26adeefa6fa0edcd24fbcb8a63dc7a0fcbafc37617ad3d1c7d983a | shasum -a 256