Citaat | Centrale Raad van Beroep 15 februari 2011
Alinea 44 Centrale Raad van Beroep 15 februari 2011
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 15 februari 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BP5577.
5.2.4. Wat betreft het bezoek op het adres van appellante op 11 juli 2007 blijkt uit het onder 1.2 genoemde BRO van 23 juli 2007 dat de woning van appellante niet is binnengetreden. [J.] heeft opengedaan en de onderzoeksambtenaren aan de deur te woord gestaan. De verrichtingen van de onderzoeksambtenaren zijn dan ook geen huisbezoek geweest in de zin die daaraan door de Raad in zijn uitspraak van 11 april 2007, LJN BA2410, is toegekend. Het al dan niet aanwezig zijn van een redelijke grond voor het afleggen van een huisbezoek was derhalve niet aan de orde. De Raad verwijst in dit verband naar zijn uitspraken van 7 december 2010, LJN BO7393, en 21 juli 2009, LJN BJ4247. De Raad ziet dan ook geen grond voor het oordeel dat de gegevens die zijn verkregen op 11 juli 2007 - de aanwezigheid van [J.] in de woning van appellante en hetgeen [J.] toen heeft verklaard - als onrechtmatig verkregen bewijs buiten beschouwing zouden moeten worden gelaten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a02c2b637c26adeefa6fa0edcd24fbcb8a63dc7a0fcbafc37617ad3d1c7d983a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a02c2b637c26adeefa6fa0edcd24fbcb8a63dc7a0fcbafc37617ad3d1c7d983a, en de alinea staat in dat document op bytes 18249 tot 19216.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a02c2b637c26adeefa6fa0edcd24fbcb8a63dc7a0fcbafc37617ad3d1c7d983a | shasum -a 256