Citaat | Centrale Raad van Beroep 18 juli 2011

Alinea 27 Centrale Raad van Beroep 18 juli 2011

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 18 juli 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BR0265.

2.2. Aan haar oordeel heeft de rechtbank, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. Het door betrokkene ingeroepen artikel 7, eerste lid, van richtlijn 2003/88/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd (PB L 299, blz. 9), hierna: richtlijn 2003/88, is onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig gesteld, zodat betrokkene hierop in beginsel een beroep kan doen. Op grond van artikel 22, leden 9 en 10, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (hierna: ARAR) bouwt een ambtenaar bij ziekte van meer dan 26 weken geen verlof meer op. Uit artikel 23, zevende lid, van het ARAR blijkt voorts dat niet opgenomen vakantie, waaronder ook het tegoed van voorgaande jaren, tot een maximum van de maximale opbouw minus de minimale opname kan worden overgeboekt naar een volgend kalenderjaar. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen werknemers die wegens ziekteverlof van korte of lange duur in de referentieperiode hun arbeid verzuimen en werknemers die in genoemde periode wel hebben gewerkt. Gelet op voornoemde bepalingen van het ARAR heeft betrokkene wegens zijn ziekte na 4 oktober 2003 geen verlof meer opgebouwd en kan hij maar een gedeelte van zijn niet opgenomen vakantie overboeken naar een volgend kalenderjaar. Uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (thans: Hof van Justitie van de Europese Unie; hierna: Hof) van 20 januari 2009, Schultz-Hoff e.a., C-350/06 en C-520/06, NJ 2009, 252, blijkt dat voorwaarden mogen worden gesteld aan de uitoefening van het recht op jaarlijkse vakantie, zelfs met inbegrip van verlies van dit recht. Deze voorwaarden mogen echter niet zo ver strekken dat een werknemer zoals betrokkene die niet daadwerkelijk in de gelegenheid is geweest om gebruik te maken van zijn recht op jaarlijkse vakantie van vier weken met behoud van loon, dit recht geheel of gedeeltelijk verliest. Daarnaast blijkt uit het arrest dat geen onderscheid mag worden gemaakt tussen werknemers - zoals betrokkene - die wegens ziekte niet hebben gewerkt en werknemers die wel hebben gewerkt. De in het ARAR opgenomen normen zijn dan ook niet in overeenstemming met het systeem van richtlijn 2003/88. Genoemde artikelen van het ARAR vormen een incorrecte implementatie van artikel 7 van richtlijn 2003/88 en moeten hier buiten toepassing worden gelaten. Betrokkene komt een rechtstreeks beroep toe op artikel 7 van richtlijn 2003/88.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4efbcffa8595e50fa0b06658784be82bad45d96f299b871a32239691ba2e215e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4efbcffa8595e50fa0b06658784be82bad45d96f299b871a32239691ba2e215e, en de alinea staat in dat document op bytes 9728 tot 12209.