Citaat | Centrale Raad van Beroep 18 juli 2011

Alinea 44 Centrale Raad van Beroep 18 juli 2011

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 18 juli 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BR0265.

4.6. De Raad kan, gelet op de circulaire, niet anders oordelen dan dat de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties inmiddels de opvatting is toegedaan dat de artikelen 22 en 23 van het ARAR (en de daarop gebaseerde uitvoeringspraktijk) niet in lijn zijn met de richtlijn 2003/88, zoals die richtlijn conform het arrest Schultz-Hoff e.a. moet worden uitgelegd. Anders dan de minister kennelijk veronderstelt is hij bij de uitleg en toepassing van de bepalingen van het ARAR gebonden aan deze in de circulaire besloten liggende gewijzigde opvatting. De Raad is dan ook met de rechtbank, zij het op andere gronden, van oordeel dat het bestreden besluit een voldoende draagkrachtige motivering ontbeert. De rechtbank heeft het bestreden besluit dus terecht niet in stand gelaten. De Raad zal niet tegemoet komen aan de ter zitting namens de minister uitsproken wens om (niettemin) een oordeel van de Raad te verkrijgen over de principiële vraag of de in het ARAR (en de daarop gebaseerde uitvoeringspraktijk) neergelegde systematiek in overeenstemming is met richtlijn 2003/88.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4efbcffa8595e50fa0b06658784be82bad45d96f299b871a32239691ba2e215e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4efbcffa8595e50fa0b06658784be82bad45d96f299b871a32239691ba2e215e, en de alinea staat in dat document op bytes 19895 tot 20997.