Citaat | Centrale Raad van Beroep 11 november 2011

Alinea 60 Centrale Raad van Beroep 11 november 2011

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 11 november 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BU3182.

4.8. De Raad stelt vast dat het Hof aldus drie argumenten heeft gegeven op grond waarvan, in het licht van artikel 59 van het Aanvullend Protocol, de situatie van een Turkse onderdaan niet nuttig kan worden vergeleken met de situatie van een onderdaan van de EU. In dat kader merkt de Raad op, dat de vertaling van de opsomming van de eerste twee argumenten in de Nederlandse versie van het arrest met de termen ‘enerzijds’ en ‘anderzijds’ niet overeenstemt met het gebruik van de termen ‘firstly’ en ‘secondly’ in de Engelse versie daarvan. Vastgesteld kan worden dat het Uwv de eerste twee door het Hof aangedragen argumenten niet heeft bestreden. Dit betekent dat tussen partijen slechts ter discussie staat of het laatste door het Hof gegeven argument feitelijk juist is en zo nee, tot welke consequenties dat zou moeten leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c1e5a7eaa9a5150d7a4e4237157222f051521cf7d910060e1ca74bad7f1534e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c1e5a7eaa9a5150d7a4e4237157222f051521cf7d910060e1ca74bad7f1534e4, en de alinea staat in dat document op bytes 23687 tot 24548.