Citaat | Centrale Raad van Beroep 16 november 2011
Alinea 26 Centrale Raad van Beroep 16 november 2011
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 16 november 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BU6392.
2.1. Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de besluiten I tot en met V. Bij besluit van 19 juni 2009 (bestreden besluit I) heeft het Uwv de bezwaren tegen de besluiten I tot en met IV ongegrond verklaard. Het Uwv heeft daartoe overwogen dat de WW-uitkering met terugwerkende kracht is herzien omdat het Uwv door toedoen van appellant te veel uitkering heeft betaald. Het Uwv heeft vastgesteld dat appellant vanaf mei 2006 is gaan helpen in het bedrijf van zijn neef gedurende ongeveer drie uur per week en vanaf begin juli 2008 voor 40 uur per week. De werkzaamheden die appellant verrichtte, zoals autopoetsen, halen en wegbrengen van auto’s en het passen op de zaak (ook tijdens vakanties), zijn werkzaamheden die een economische waarde vertegenwoordigen en dienen in mindering te worden gebracht op de WW-uitkering. Onder verwijzing naar uitspraken van de Raad (onder andere 8 juli 2008, LJN BD7602) heeft het Uwv gesteld dat van de juistheid van een tegenover een sociaal rechercheur afgelegde verklaring mag worden uitgegaan en dat aan een latere intrekking van die verklaring geen doorslaggevende betekenis kan worden toegekend, tenzij sprake is van zodanige bijzondere omstandigheden dat op dit algemene uitgangspunt een uitzondering moet worden gemaakt. Van zodanige omstandigheden was het Uwv niet gebleken. Volgens het Uwv dient het geven van de cautie alleen plaats te vinden bij het opleggen van de boete zoals in een later stadium heeft plaatsgevonden, maar is de cautie tijdens een verhoor niet noodzakelijk. Omdat het recht op WW-uitkering eindigt voor zover de werknemer niet langer werkloos is, wordt de uitkering daarom voor drie uur per week beëindigd met ingang van 1 mei 2006 en met ingang van 1 juli 2008 voor 40 uur per week. Aangezien de boete wordt vastgesteld op 10% van het benadelingsbedrag met een afronding op een veelvoud van € 10,--, heeft het Uwv de boete op € 650,-- gesteld. Er was volgens het Uwv geen aanleiding om de boete te verlagen omdat geen sprake was van verminderde verwijtbaarheid. Het totale bedrag aan terugvordering en boete, vermeerderd met de loonheffing, is door het Uwv op € 8.168,83 gesteld. Dringende redenen om hiervan af te zien waren volgens het Uwv niet aanwezig.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/907cc7cabe1d756176c0281b153f4391f15d359a8cc4bbb026cb5e25eade9465. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 907cc7cabe1d756176c0281b153f4391f15d359a8cc4bbb026cb5e25eade9465, en de alinea staat in dat document op bytes 9149 tot 11393.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/907cc7cabe1d756176c0281b153f4391f15d359a8cc4bbb026cb5e25eade9465 | shasum -a 256