Citaat | Centrale Raad van Beroep 13 december 2011

Alinea 60 Centrale Raad van Beroep 13 december 2011

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 13 december 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BU7133.

6.2.12. Aan de derde onderzoeksvraag ligt het betoog van enkele betrokkenen bij de procedure bij het Hof ten grondslag dat de Nederlandse regering met de betrokken verzekeraars nauwe onderhandelingen heeft gevoerd met als resultaat dat - slechts - ten behoeve van ingezetenen de continuïteit van de globale dekking werd gewaarborgd. Ten eerste door ook voor de aanvullende verzekering een (buitenwettelijke) acceptatieplicht op te leggen. Ten tweede door te bedingen dat de nieuwe verzekeringsovereenkomsten tegen redelijke tariefvoorwaarden moesten worden aangeboden, die in hoofdzaak overeenkwamen met de voorwaarden zoals die golden in de voor de inwerkingtreding van de Zvw gesloten overeenkomsten. Niet ingezeten verdragsgerechtigden zijn niet gelijk behandeld, omdat zij niet zijn betrokken in de waarborg dat de verzekeraars nieuwe overeenkomsten tegen redelijke voorwaarden moesten aanbieden. De Minister van VWS heeft zich onvoldoende ingespannen om ook voor de groep van niet ingezeten verdragsgerechtigden bij de verzekeraars af te dwingen dat zij een redelijk aanbod zouden krijgen voor een aanvullende verzekering naast hun woonlandpakket. Als gevolg daarvan zijn in sommige gevallen de bestaande overeenkomsten opgezegd zonder dat nieuwe overeenkomsten werden aangeboden. In andere gevallen moesten niet ingezeten verdragsgerechtigden nieuwe overeenkomsten afsluiten tegen in verband met hun leeftijd en gezondheidstoestand bijzonder ongunstige tariefvoorwaarden, die in veel gevallen aanzienlijk minder voordelig waren dan de voorwaarden die voorheen in hun oude overeenkomsten stonden. Hierbij heeft, volgens dit betoog, ook een rol gespeeld dat de in de Wet op de toegang tot de ziektekostenverzekeringen 1998 (hierna: Wtz 1998) vervatte solidariteitsomslag voor de zogeheten standaardpakketpolis, die ertoe strekte dat voor die polis sprake was van leeftijdsonafhankelijke premies zonder extra risico’s voor de verzekeraars, per 1 januari 2006 is vervallen. Voor ingezetenen is daarvoor met betrekking tot de basisverzekering een systeem van risicoverevening in de plaats getreden, dat hetzelfde oogmerk heeft. Voor niet-ingezetenen is echter geen vervangende voorziening getroffen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caea43bdc8341515fbaba095aa888b599b9e536a6258e1cdf7bf7a929e50c14f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caea43bdc8341515fbaba095aa888b599b9e536a6258e1cdf7bf7a929e50c14f, en de alinea staat in dat document op bytes 32816 tot 35032.