Citaat | Centrale Raad van Beroep 13 december 2011

Alinea 64 Centrale Raad van Beroep 13 december 2011

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 13 december 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BU7133.

6.2.16. De Minister van VWS heeft daartoe contact opgenomen met ZN, de koepelorganisatie, en vervolgens intensieve onderhandelingen met ZN gevoerd. De beschikbare gegevens bieden geen grondslag voor de vaststelling dat de bestuurlijke afspraken die uiteindelijk door de Minister van VWS met de zorgverzekeraars zijn gemaakt ten aanzien van de non-selecte acceptatie van verzekerden ook voor de aanvullende verzekering en over het hanteren van redelijke tariefvoorwaarden, slechts waren gericht op de positie van de ingezetenen. Gelet op het tot stand gebrachte overgangsrecht acht de Raad het bestaan van de intentie daartoe ook niet goed voorstelbaar. Dat de Minister van VWS op de hoogte was van de specifieke problematiek van verdragsgerechtigden en zich deze problematiek ook heeft aangetrokken, blijkt ook uit parlementaire stukken van eind 2005. Zo is de Minister van VWS door de Tweede Kamer geconfronteerd met vragen betreffende binnengekomen signalen over het eenzijdig opzeggen van de zorgverzekeringen van Nederlanders die in het buitenland wonen. In zijn reactie op deze vragen heeft de Minister van VWS onder meer gewezen op de brief van ZN van 29 november 2005, waarin wordt medegedeeld dat het merendeel van de zorgverzekeraars bereid is om verdragsgerechtigden die op dat moment op grond van een particuliere polis zijn verzekerd tegen ziektekosten, een passend en adequaat aanbod te doen voor de situatie onder het regime van de Zvw (Tweede Kamer, vergaderjaar 2005-2006, Aanhangsel van de Handelingen, 467). Ook in reactie op het door de Tweede Kamer gevraagde spoeddebat op 6 december 2005 heeft de Minister van VWS opgemerkt dat het opzeggen van de polis door verzekeraars als daarover in de polis geen bepaling is opgenomen en zonder een redelijk alternatief te bieden, in strijd is met de goede trouw, redelijkheid en billijkheid (Tweede Kamer, vergaderjaar 2005-2006, 29 689, nr. 30, blz. 2064-2083). Dit is door de Minister van VWS bevestigd in het kader van een schriftelijk overleg (Tweede Kamer, vergaderjaar 2005-2006, 29 689, nr. 45, punt 10). Ook heeft de Minister van VWS vragen van de Tweede Kamer moeten beantwoorden naar aanleiding van een brief van ZN van 19 december 2005, waarin is aangegeven dat het voor de verzekeraars een nagenoeg onmogelijke opdracht is om tegen kostendekkende tarieven per EU- of verdragsland een verzekering te ontwerpen die tegemoet komt aan de wensen van een veelal relatief kleine groep Nederlandse verzekerden per desbetreffend land. De Minister van VWS heeft hierop geantwoord dat hij diverse malen overleg heeft gevoerd met ZN en met individuele verzekeraars over het in stand houden van de aanvullende verzekering van niet ingezeten verdragsgerechtigden na 1 januari 2006. Veel verzekeraars hadden volgens hem op dat moment aanbiedingen gedaan, waaronder ook redelijk geprijsde (Tweede Kamer, vergaderjaar 2005-2006, Aanhangsel van de Handelingen, 708). Wel heeft de Minister van VWS opgemerkt dat hij een premiestijging van de (aanvullende) particuliere verzekering niet ondenkbaar acht, omdat het draagvlak voor de particuliere verzekering die door de Nederlandse verzekeraars wordt aangeboden, door de stelselherziening aanzienlijk is verkleind (Tweede Kamer, vergaderjaar 2005-2006, 29 689, nr. 63, blz. 11). Ter zitting is daarover namens de Minister van VWS nog verklaard dat geen grootschalig onderzoek is gedaan naar de concrete aanbiedingen die voor aanvullende verzekeringen door verzekeraars zijn gedaan aan niet ingezeten verdragsgerechtigden. Beklemtoond is echter dat voor zover er problemen zijn gesignaleerd over de uitvoering van de Zvw, de Minister van VWS, via ZN, de zorgverzekeraars hierop heeft aangesproken en hun heeft gevraagd om te handelen in de geest van de gedane toezeggingen. Over de hoogte van de premies zou met ZN (ook toen) niet zijn gesproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caea43bdc8341515fbaba095aa888b599b9e536a6258e1cdf7bf7a929e50c14f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caea43bdc8341515fbaba095aa888b599b9e536a6258e1cdf7bf7a929e50c14f, en de alinea staat in dat document op bytes 40213 tot 44073.