Citaat | Centrale Raad van Beroep 31 januari 2012
Alinea 40 Centrale Raad van Beroep 31 januari 2012
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 31 januari 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV2333.
4.7.3. Uit de beschikbare gegevens blijkt dat de aanleiding om een onderzoek in te stellen naar de rechtmatigheid van de aan appellanten verleende bijstand en in het kader daarvan bankafschriften op te vragen over de periode van 1 januari 2007 tot en met 28 mei 2008, is geweest dat het College een bepaald risicoprofiel op appellanten van toepassing acht, omdat appellant met een bedrijf stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Nu een dergelijke inschrijving bij de Kamer van Koophandel een indicatie is dat op geld waardeerbare werkzaamheden worden verricht, is de Raad van oordeel dat het College een gegronde reden had voor het instellen van een onderzoek naar de rechtmatigheid van de aan appellanten verleende bijstand en bijgevolg ook voor het opvragen van bankafschriften over de hiervoor vermelde periode. Hier doet niet aan af dat, naar appellanten hebben gesteld, appellant zich al in 1996 bij de Kamer van Koophandel had ingeschreven in verband met een aanvraag om bijstand op grond van het Besluit bijstand zelfstandigen, dat dit bij het College bekend was en dat het College die aanvraag destijds heeft afgewezen, omdat zijn bedrijf niet levensvatbaar werd geacht. De omstandigheid dat de inschrijving bij de Kamer van Koophandel al die tijd is gehandhaafd, zou namelijk kunnen betekenen dat het bedrijf van appellant in de loop der tijd op enigerlei wijze actief is gebleven of (weer) geworden. Gelet op de inhoud van de onder 1.1 vermelde brief van 28 mei 2008 volgt de Raad appellanten evenmin in hun stelling dat het voor hen niet kenbaar was waarom zij de bankafschriften van hun bankrekening vanaf 1 januari 2007 dienden te verstrekken. Dat appellanten pas op een later moment duidelijk is geworden dat zij tot een bepaald risicoprofiel behoorden vanwege de inschrijving van appellant bij de Kamer van Koophandel, doet daar niet aan af. Ten slotte is de Raad niet gebleken dat het College op minder ingrijpende wijze dan door het opvragen van bankafschriften vanaf 1 januari 2007 het recht op bijstand van appellanten kon beoordelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4b898fa699c4955e13aafe4c6a1d69df798bfc331145b08423f9d3cbbab457f6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4b898fa699c4955e13aafe4c6a1d69df798bfc331145b08423f9d3cbbab457f6, en de alinea staat in dat document op bytes 15407 tot 17481.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4b898fa699c4955e13aafe4c6a1d69df798bfc331145b08423f9d3cbbab457f6 | shasum -a 256