Citaat | Centrale Raad van Beroep 7 februari 2012
Alinea 37 Centrale Raad van Beroep 7 februari 2012
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 7 februari 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV3072.
5.1. Appellanten hebben aangevoerd dat hen niet kan worden verweten dat de door het College gevraagde bankafschriften niet tijdig zijn ingeleverd. In de eerste plaats overweegt de Raad hierover dat, nu appellanten met terugwerkende kracht over een lange, in het verleden gelegen periode aanvullende bijstand wensten, het op hun weg lag alle gegevens bij het College in te leveren die nodig waren om het recht op bijstand over die periode te kunnen beoordelen. Nu het hier ging om een verzoek om bijstand van met elkaar gehuwde personen, spreekt het vanzelf dat de bankgegevens van elk van appellanten dienden te worden overgelegd. Naar het oordeel van de Raad heeft het College appellanten hiervoor voldoende gelegenheid geboden. Appellanten hebben derhalve niet tijdig voldaan aan hun inlichtingenverplichting. Dit heeft tot gevolg gehad dat het College ten tijde van het nemen van het besluit van 6 april 2009 het recht van appellanten op (aanvullende) bijstand niet kon vaststellen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6aca67f3258ea7c35683e543365b927dab85c1d02e3b47b9166b19b24e5b6182. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6aca67f3258ea7c35683e543365b927dab85c1d02e3b47b9166b19b24e5b6182, en de alinea staat in dat document op bytes 11576 tot 12574.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6aca67f3258ea7c35683e543365b927dab85c1d02e3b47b9166b19b24e5b6182 | shasum -a 256