Citaat | Centrale Raad van Beroep 2 maart 2012

Alinea 22 Centrale Raad van Beroep 2 maart 2012

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 2 maart 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV7730.

3 november 2004 van het bezwaarschrift van betrokkene tegen het besluit van het Uwv van 13 oktober 2004 inzake de aanspraak op een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet, de procedure zes jaar en negen maanden heeft geduurd. Van dit tijdsverloop heeft de behandeling van het bezwaar door het Uwv bijna zes maanden geduurd, heeft de behandeling van het beroep bij de rechtbank tien maanden geduurd en heeft de behandeling van het hoger beroep door de Raad vanaf de ontvangst van het hoger beroepschrift per fax op 18 april 2006 tot die uitspraak vijf jaar en bijna vier maanden geduurd. Aan deze vaststelling heeft de Raad het vermoeden ontleend dat de redelijke termijn is geschonden. Overwogen is dat in de vervolgprocedure kan worden bezien in hoeverre in het geval van betrokkene een verlenging van de behandelingsduur in hoger beroep gerechtvaardigd is door de prejudiciële vraagstelling aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU). De Raad heeft vervolgens het onderzoek heropend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/322e335c7c9bfc9daa0bc9a8b90d7d5d308a64154e0d55c67baf04b9f295d365. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 322e335c7c9bfc9daa0bc9a8b90d7d5d308a64154e0d55c67baf04b9f295d365, en de alinea staat in dat document op bytes 7233 tot 8245.