Citaat | Centrale Raad van Beroep 27 maart 2012

Alinea 32 Centrale Raad van Beroep 27 maart 2012

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 27 maart 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW0108.

4.5. De omstandigheid dat appellante door de strafrechter is vrijgesproken van uitkeringsfraude in verband met de onderhavige zaak, kan aan het voorgaande niet afdoen. De bestuursrechter is immers in de vaststelling van en het oordeel over het voorgelegde geschil in het algemeen niet gebonden aan wat in een strafrechtelijk geding door de desbetreffende rechter is geoordeeld, omdat in een strafrechtelijke procedure een andere rechtsvraag voorligt en een ander procesrecht van toepassing is. De Raad ziet geen aanleiding om in het geval van appellante hier anders over te oordelen. Het beroep dat appellante in dit verband heeft gedaan op de uitspraak van de HR van 22 september 2009, LJN BI0522, faalt, omdat die uitspraak ziet op een andere situatie, te weten de vraag of, en zo ja in hoeverre, voor de strafrechter nog ruimte bestaat om verweren over de juistheid en de rechtmatigheid van een besluit (van het bestuur) zelfstandig te onderzoeken en daarop te beslissen, indien de bestuursrechter bij onherroepelijke uitspraak dat besluit in stand heeft gelaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5dfd6d49511f851b1f08bb577bec40a68966d5fb0d1533c306efb8a75a6db30d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5dfd6d49511f851b1f08bb577bec40a68966d5fb0d1533c306efb8a75a6db30d, en de alinea staat in dat document op bytes 12390 tot 13469.