Citaat | Centrale Raad van Beroep 30 maart 2012

Alinea 30 Centrale Raad van Beroep 30 maart 2012

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 30 maart 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW0586.

4.3. Met betrekking tot de in punt 3 onder d genoemde grond verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 4 januari 2006, LJN AU9156. Daarin heeft hij overwogen dat uit vaste rechtspraak van - thans - het Hof van Justitie van de Europese Unie voortvloeit dat het de lidstaten vrijstaat om het daar geldende procesrecht naar eigen inzicht te regelen op voorwaarde dat dit recht bij de toepassing van het gemeenschapsrecht niet ongunstiger mag zijn dan dat voor soortgelijke nationale vorderingen en de regels van dat recht in geen geval zodanig mogen zijn dat het kunnen effectueren van gemeenschapsrecht praktisch onmogelijk wordt gemaakt. De geldende bezwaartermijn van zes weken is niet alleen van toepassing in bestuursrechtelijke gedingen waarin de toepassing van communautair recht aan de orde is, maar ook in soortgelijke gedingen waarin dat niet het geval is. Deze termijn maakt voorts het kunnen effectueren van op het gemeenschapsrecht gebaseerde vorderingen niet praktisch onmogelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/19f5cd4754d02e5f80537a6e2a677a3f3e3bd96cc6557d18ca3e521f71dcb9a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 19f5cd4754d02e5f80537a6e2a677a3f3e3bd96cc6557d18ca3e521f71dcb9a3, en de alinea staat in dat document op bytes 10029 tot 11032.