Citaat | Centrale Raad van Beroep 4 mei 2012

Alinea 37 Centrale Raad van Beroep 4 mei 2012

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 4 mei 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW5306.

4.3. Het geding in hoger beroep spitst zich toe op de vraag op welke wijze het bepaalde in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder d, van de Regeling dient te worden begrepen en toegepast. Met name is aan de orde het antwoord op de vraag of dit artikelonderdeel ziet op de situatie als in geding, waarin de bestuurder tezamen met de in dat artikelonderdeel bedoelde bloed- of aanverwanten ten minste twee derde deel van de aandelen houdt of dat dit artikel slechts ziet op de situatie dat tenminste twee derde van de aandelen worden gehouden door de bloed- of aanverwanten van de bestuurder, waarbij het bezit van aandelen door de bestuurder niet van belang is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b09fc2d4e99458ccb77bdd61b8c6f160d1087237da9a3237977b674a4f3bfa14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b09fc2d4e99458ccb77bdd61b8c6f160d1087237da9a3237977b674a4f3bfa14, en de alinea staat in dat document op bytes 14675 tot 15348.