Citaat | Centrale Raad van Beroep 5 juni 2012

Alinea 30 Centrale Raad van Beroep 5 juni 2012

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 5 juni 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW7516.

4.2. Appellant heeft in beroep een ‘Mededeling’ van de DWI van 8 maart 2010 overgelegd, inhoudend dat appellant zich op 8 maart 2010 aan de balie heeft gemeld voor bijstand, hij geen legitimatiebewijs bij zich had en zonder geldig legitimatiebewijs niet kan worden geholpen. Uit deze Mededeling van de DWI blijkt niet dat het UWV de in artikel 44, tweede lid, van de WWB genoemde persoonsgegevens van appellant heeft geregistreerd en evenmin dat het UWV appellant in staat heeft gesteld een aanvraag om bijstand in te dienen. De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat op 8 maart 2010 geen melding als bedoeld in artikel 44, tweede lid, van de WWB tot stand is gekomen. Voorts is geen sprake van een situatie waarin appellant niet kan worden verweten dat niet eerder een melding tot stand is gekomen dan op 6 juli 2010. Gelet op de Mededeling lag het immers op de weg van appellant zich alsnog dezelfde of een volgende dag met meeneming van zijn legitimatiebewijs te melden om bijstand aan te vragen. De omstandigheid dat hij dit pas vier maanden later heeft gedaan, komt voor zijn rekening en risico. Dit betekent dat geen grond bestaat uit te gaan van een eerdere ingangsdatum van de bijstand dan 6 juli 2010.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7df2fcb88f8f99aff997579070c5920412161f7d50c7dd43cbab7b336226464. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7df2fcb88f8f99aff997579070c5920412161f7d50c7dd43cbab7b336226464, en de alinea staat in dat document op bytes 9320 tot 10555.