Citaat | Centrale Raad van Beroep 2 augustus 2012

Alinea 23 Centrale Raad van Beroep 2 augustus 2012

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 2 augustus 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX4807.

3.1. Appellant heeft in hoger beroep betoogd dat aan betrokkene op haar verzoek van 19 mei tot en met 8 juni 2008 drie weken vakantieverlof is verleend. Gedurende deze periode van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid was betrokkene vrijgesteld van werk alsmede van re-integratieverplichtingen. De gemachtigde van betrokkene heeft dit volgens appellant ter zitting bij de rechtbank expliciet erkend. Te kennen is gegeven dat betrokkene het opnemen van haar vakantieverlof vooraf heeft afgestemd met de bedrijfsarts. Volgens appellant heeft de rechtbank daarom ten onrechte geoordeeld dat niet is voldaan aan het recht op een jaarlijkse vakantie met behoud van loon van ten minste vier weken; met name heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat er geen sprake kan zijn van samenloop tussen vakantieverlof en ziekteverlof. Naast het verleende vakantieverlof van drie weken zijn aan betrokkene aan het einde van het kalenderjaar 2008 26,7 uren - hetgeen gelijk staat aan een week vakantieverlof - overgeboekt naar het volgende kalenderjaar. Dit betekent dat betrokkene aanspraak heeft gemaakt op het door de richtlijn gewaarborgde recht op een jaarlijkse vakantie met behoud van loon van ten minste vier weken, aldus appellant.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/beea9d2c59fba1faee9acd8b971592f0f0d8e0d4379b706ce1a8ffb181df5045. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt beea9d2c59fba1faee9acd8b971592f0f0d8e0d4379b706ce1a8ffb181df5045, en de alinea staat in dat document op bytes 9594 tot 10833.