Citaat | Centrale Raad van Beroep 2 augustus 2012
Alinea 28 Centrale Raad van Beroep 2 augustus 2012
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 2 augustus 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX4807.
4.3.1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting heeft de Raad de overtuiging verkregen dat betrokkene in de periode van 19 mei tot en met 8 juni 2008 met instemming van de bedrijfsarts van haar re-integratieverplichtingen is vrijgesteld geweest en dat zij drie weken vakantieverlof heeft opgenomen. Dat dit vakantieverlof met name was ingegeven door de wens daartoe van de echtgenoot van betrokkene maakt dit niet anders. Voor zover betrokkene heeft bedoeld te stellen dat zij wegens de ernst van haar ziekte niet van dit vakantieverlof heeft kunnen genieten, wijst de Raad erop dat hij in zijn uitspraak van 24 mei 2012 heeft overwogen dat het voor toepassing van artikel 7, eerste lid, van Richtlijn 2003/88, zoals uitgelegd in het arrest Schultz-Hoff e.a., voldoende is dat de werknemer volgens de gedingstukken daadwerkelijk de mogelijkheid heeft gehad om van het hem door de richtlijn verleende recht van vakantie met behoud van loon gebruik te maken en dat de wijze waarop de werknemer het verlof vervolgens heeft ervaren hierbij geen factor van gewicht is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/beea9d2c59fba1faee9acd8b971592f0f0d8e0d4379b706ce1a8ffb181df5045. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt beea9d2c59fba1faee9acd8b971592f0f0d8e0d4379b706ce1a8ffb181df5045, en de alinea staat in dat document op bytes 13574 tot 14671.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/beea9d2c59fba1faee9acd8b971592f0f0d8e0d4379b706ce1a8ffb181df5045 | shasum -a 256