Citaat | Centrale Raad van Beroep 2 augustus 2012
Alinea 29 Centrale Raad van Beroep 2 augustus 2012
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 2 augustus 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX4807.
4.3.2. Betrokkene heeft nog naar voren gebracht dat in het licht van de richtlijn en de daarover door het Hof gevormde rechtspraak niet licht, laat staan automatisch, mag worden geconcludeerd dat een werknemer daadwerkelijk de mogelijkheid heeft gehad om van het hem door de richtlijn verleende recht gebruik te maken. Betrokkene heeft zich in dit verband op het standpunt gesteld dat een medisch onderzoek noodzakelijk is om te kunnen vaststellen of een werknemer daadwerkelijk die mogelijkheid heeft gehad. Zo’n medisch onderzoek heeft in dit geval niet plaatsgehad, zodat niet kan worden geconcludeerd dat betrokkene daadwerkelijk de mogelijkheid heeft gehad om van het haar door de richtlijn verleende recht gebruik te maken, aldus betrokkene. De Raad onderschrijft dit betoog niet. De rechtspraak van het Hof stelt het door betrokkene genoemde vereiste niet en ook in het nationale recht kan geen aanleiding worden gevonden voor het oordeel dat, onder omstandigheden zoals hier aan de orde, een medisch onderzoek zoals door betrokkene voorgestaan diende plaats te vinden. Voor het stellen van een prejudiciële vraag, zoals door betrokkene verzocht, bestaat dus geen aanleiding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/beea9d2c59fba1faee9acd8b971592f0f0d8e0d4379b706ce1a8ffb181df5045. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt beea9d2c59fba1faee9acd8b971592f0f0d8e0d4379b706ce1a8ffb181df5045, en de alinea staat in dat document op bytes 14691 tot 15890.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/beea9d2c59fba1faee9acd8b971592f0f0d8e0d4379b706ce1a8ffb181df5045 | shasum -a 256