Citaat | Centrale Raad van Beroep 26 oktober 2012

Alinea 29 Centrale Raad van Beroep 26 oktober 2012

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 26 oktober 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY3169.

4.3. De Raad ziet zich gesteld voor de vraag of sprake is van een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer en daarmee mogelijk ook van een aantasting in de persoon van artikel 6:106, eerste lid, aanhef en onder b, van het BW. De Raad ziet met de rechtbank geen aanknopingspunten om - in afwijking van hetgeen de Raad heeft geoordeeld in zijn uitspraak van 15 april 2010 - thans tot het oordeel te komen dat sprake is van een ongerechtvaardigde inbreuk op artikel 8 van het EVRM. In de uitspraak van 11 juni 2009, LJN BI9325, inzake een afgewezen aanvraag van appellante uit juli 2008 om een uitkering ingevolge de WWB is de Raad eveneens tot het oordeel gekomen dat geen sprake was van een ongerechtvaardigde inbreuk op artikel 8 van het EVRM. Appellante heeft onvoldoende onderbouwd dat de feiten en omstandigheden die aan de orde zijn in het huidige geschil, in betekenende mate zijn gewijzigd ten opzichte van feiten en omstandigheden die ten grondslag lagen aan de uitspraak van 15 april 2010 of anders moeten worden beoordeeld dan in die uitspraak is gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b3065bc128247a215e260788b0aad3ad1efe4f5ded3ad309032b9b2ec535e931. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b3065bc128247a215e260788b0aad3ad1efe4f5ded3ad309032b9b2ec535e931, en de alinea staat in dat document op bytes 15755 tot 16829.