Citaat | Centrale Raad van Beroep 21 november 2012

Alinea 20 Centrale Raad van Beroep 21 november 2012

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 21 november 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY3772.

3. Appellant heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank dat beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het op basis van de eigen verklaring van 21 november 2008 voldoende aannemelijk was dat appellant met ingang van 1 augustus 2008 frequent op het autobedrijf aanwezig was en klussen deed. De rechtbank heeft het standpunt van het Uwv onderschreven dat op basis van die verklaring kan worden aangenomen dat appellant gedurende een normale werkweek werkzaamheden bij zijn neef verrichtte. Naar het oordeel van de rechtbank is het recht op WW-uitkering met ingang van 4 augustus 2008 geëindigd, zodat appellant vanaf die dag ook niet verzekerd was voor de ZW. De rechtbank heeft het beroep op artikel 46, eerste lid, aanhef en onder b, van de ZW verworpen en de terugvordering van WW-uitkering en ZW-uitkering in stand gelaten. Ten aanzien van de boete-oplegging heeft de rechtbank geoordeeld dat uit het rapport van een telefoongesprek van 9 februari 2009 niet blijkt dat zich toen de situatie heeft voorgedaan dat appellant op zijn zwijgrecht had moeten worden gewezen. De boete is volgens de rechtbank terecht opgelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb14076fce253ff3c9fc9bdc07a40b8fb7697adec2a5f0c6de7b9950433a9c12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb14076fce253ff3c9fc9bdc07a40b8fb7697adec2a5f0c6de7b9950433a9c12, en de alinea staat in dat document op bytes 12927 tot 14137.