Citaat | Centrale Raad van Beroep 21 november 2012
Alinea 21 Centrale Raad van Beroep 21 november 2012
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 21 november 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY3772.
4. In hoger beroep heeft appellant gesteld dat alle elementen om een arbeidsovereenkomst aan te nemen hebben ontbroken in de relatie met zijn neef en dat de schatting dat hij een normale werkweek werkte onjuist is. Er was niet de intentie om reguliere arbeid te verrichten, maar alleen de behoefte om zich nuttig te maken en om uit een depressie te geraken. Er was geen sprake van een gezagsverhouding en hij had de vrije keus om wat te doen of niet. Onder verwijzing naar artikel 46, eerste lid, van de ZW stelt appellant dat hij in verband met de zogenoemde nawerking aanspraak op ziekengeld heeft behouden. Appellant heeft daarnaast gesteld dat de boete geheel dan wel voor het grootste deel is gebaseerd op de verklaring die hij op 21 november 2008 heeft afgelegd. Volgens appellant had het Uwv hem vooraf moeten wijzen op zijn zwijgrecht. Omdat hij daaraan voorafgaand niet is gewezen op het recht om te zwijgen is appellant van mening dat het Uwv die verklaring niet had mogen gebruiken voor de boeteoplegging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb14076fce253ff3c9fc9bdc07a40b8fb7697adec2a5f0c6de7b9950433a9c12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb14076fce253ff3c9fc9bdc07a40b8fb7697adec2a5f0c6de7b9950433a9c12, en de alinea staat in dat document op bytes 14157 tot 15187.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cb14076fce253ff3c9fc9bdc07a40b8fb7697adec2a5f0c6de7b9950433a9c12 | shasum -a 256