Citaat | Centrale Raad van Beroep 21 november 2012

Alinea 31 Centrale Raad van Beroep 21 november 2012

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 21 november 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY3772.

6.7.1. Op 16 oktober 2008 heeft een fraude-inspecteur van het Uwv in verband met een afspraak met de broer van appellant twee personen waargenomen die in de garage van appellants neef met een auto aan het werk waren, namelijk appellant en zijn neef. Diezelfde dag heeft een medewerker van het Centrum voor Werk en Inkomen met appellant gebeld op zijn 06-nummer. Deze medewerker kreeg toen “Car Cleaning” aan de lijn waarna appellant werd geroepen en de verbinding door “Car Cleaning” werd verbroken. Op 17 oktober 2008 heeft een fraude-inspecteur aan het huisadres van appellant zijn zoon en zijn echtgenote gesproken. De zoon vertelde dat zijn vader op de zaak was; volgens de echtgenote was hij een papier naar het bedrijf wegbrengen. De manager Inspectie en Opsporing van het Uwv heeft een fraudemelding opgemaakt en opdracht gegeven voor een fraude-onderzoek. In de periode van 4 tot en met 20 november 2008 zijn observaties verricht bij het autobedrijf van de neef van appellant en bij het woonadres van appellant. Volgens de verslaglegging van die observaties is op 5 november 2008 waargenomen dat appellant de garage binnen is gegaan en op 12 november 2008 dat hij een auto aan het stofzuigen was en met een groene Mercedes uit de garage vertrokken is. Verder is weg- en voorrijden van een aantal auto’s met onbekende personen beschreven. Op 20 november 2008 is appellant opgeroepen om op 21 november 2008 op het kantoor van het Uwv te Zwolle te verschijnen voor een gesprek met een fraude-inspecteur. Tijdens het gesprek heeft appellant de in 6.1 weergegeven verklaring afgelegd. Volgens de rapportage van de fraude-inspecteur is de reden voor het gesprek uitgelegd en is aangegeven dat appellant verplicht is te antwoorden op gestelde vragen. Ter zitting hebben partijen desgevraagd bevestigd dat voorafgaand aan dat gesprek appellant uitdrukkelijk is gewezen op de verplichting om antwoord te geven op de gestelde vragen. Appellant heeft daaraan nog toegevoegd dat gezegd werd dat zijn uitkering gestopt zou worden als hij geen antwoord zou geven en dat in dat gesprek, dat volgens hem zonder onderbreking drieënhalf uur heeft geduurd, ook over een boete is gesproken. Aan het slot van zijn rapport heeft de fraude-inspecteur het Uwv onder meer geadviseerd appellant te beboeten wegens schending van de inlichtingenplicht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb14076fce253ff3c9fc9bdc07a40b8fb7697adec2a5f0c6de7b9950433a9c12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb14076fce253ff3c9fc9bdc07a40b8fb7697adec2a5f0c6de7b9950433a9c12, en de alinea staat in dat document op bytes 21512 tot 23868.