Citaat | Centrale Raad van Beroep 4 december 2012
Alinea 21 Centrale Raad van Beroep 4 december 2012
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 4 december 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY5565.
3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Hij doet een beroep op artikel 2:6, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Appellant kiest om met burgers te communiceren in het Nederlands. Van ambtenaren kan niet worden verwacht dat zij een vreemde taal beheersen. Appellant maakt daarbij geen onderscheid tussen talen. In beginsel wordt altijd om een vertaling verzocht bij documenten, gesteld in een vreemde taal, die een meer officiële status hebben, zoals schriftelijke verklaringen en bezwaarschriften. Ter zitting heeft appellant toegelicht dat hij geen vaststaand beleid heeft op dit punt. De behandelend ambtenaar beoordeelt of een vertaling wel of niet noodzakelijk is. De ambtenaar die het bezwaarschrift behandelde is de Duitse taal nauwelijks machtig. Appellant betoogt voorts dat het criterium ‘geen hoog wetenschappelijk gehalte’ een subjectieve beoordeling is en onduidelijk is waarop dit is gebaseerd. Van betrokkene [A.] mag verwacht worden dat hij de Nederlandse taal in woord en geschrift beheerst, nu hij Nederlander van geboorte is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56e461d29e42e218627e2a288d3a4649e34e93563b44c6c3b96d98f89406788b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56e461d29e42e218627e2a288d3a4649e34e93563b44c6c3b96d98f89406788b, en de alinea staat in dat document op bytes 8699 tot 9815.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/56e461d29e42e218627e2a288d3a4649e34e93563b44c6c3b96d98f89406788b | shasum -a 256