Citaat | Centrale Raad van Beroep 12 december 2013

Onder 3.1.3. Centrale Raad van Beroep 12 december 2013

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 12 december 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:2813.

Artikel 10d:4, eerste lid, van de ARG bepaalt dat het college voor de ambtenaar die op grond van artikel 8:8 van de ARG wordt ontslagen, een passende regeling treft. In dit geval is een minimale regeling getroffen, inhoudende dat de uitkeringsrechten van appellante zijn gegarandeerd. Niet valt in te zien dat deze regeling als ontoereikend is te beschouwen. Er is geen sprake van een overwegend aandeel van het college in het ontstaan of voortbestaan van de situatie die tot het ontslag van appellante heeft geleid. Het moge zo zijn dat het herplaatsingstraject zeer langdurig is geweest en dat het college de situatie in zoverre te veel op zijn beloop heeft gelaten, maar daarvan staat los dat appellante zich gaandeweg het traject steeds moeilijker inpasbaar heeft betoond in het arbeidsproces. Het afketsen van een aantal achtereenvolgende plaatsingsmogelijkheden voorafgaand aan de plaatsing bij de dienst OCSW valt evenmin als het mislukken van die plaatsing aan het college toe te schrijven. Het geen doorgang vinden van het onderzoek naar de arbeidsmogelijkheden van appellante is, zoals in feite al naar voren kwam onder 3.1.2, evenmin in overwegende mate terug te voeren op het handelen van het college, in tegendeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07684a8bca85417502381f0193d4ce9f3ae32447d3099fe07dc155b1b052bcfd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07684a8bca85417502381f0193d4ce9f3ae32447d3099fe07dc155b1b052bcfd, en de alinea staat in dat document op bytes 21659 tot 22900.