Citaat | Centrale Raad van Beroep 26 februari 2013
Alinea 30 Centrale Raad van Beroep 26 februari 2013
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 26 februari 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2321.
4.7. Appellante heeft aangevoerd dat het bedrag dat zij tijdens haar studie ontving hoger was dan € 1.003,20 omdat zij de alleenstaande ouderkorting mocht houden. Daarentegen wordt op het bedrag van de inkomensvoorziening de alleenstaande ouderkorting in mindering gebracht omdat volgens het college sprake is van in aanmerking te nemen inkomen. Volgens appellante wordt hierdoor het beleid niet op consistente wijze toegepast. Deze beroepsgrond treft geen doel. De hoogte van de inkomensvoorziening is in overeenstemming met het beleid bepaald op het bedrag van de WSF-norm vermeerderd met de eenouder-toeslag. Dat daarop het inkomen van appellante in mindering wordt gebracht volgt uit artikel 36, eerste lid, van de WIJ, waarbij ingevolge artikel 7 van de WIJ voor het begrip inkomen wordt verwezen naar de artikelen 32, eerste en tweede lid van de WWB. Op grond van die bepalingen moet de heffingskorting alleenstaande ouders worden aangemerkt als inkomen. Uit het beleid vloeit niet voort dat het door appellante ontvangen inkomen buiten beschouwing zou moeten worden gelaten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7967466bf65388ffa5caa9314726da390660f19ce1b07429701fe675d933069. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7967466bf65388ffa5caa9314726da390660f19ce1b07429701fe675d933069, en de alinea staat in dat document op bytes 18604 tot 19701.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d7967466bf65388ffa5caa9314726da390660f19ce1b07429701fe675d933069 | shasum -a 256